Blazor vanaf nul: Hoofdstuk 2 — Je eerste Blazor-app
Welkom bij hoofdstuk 2 van Blazor vanaf nul. Heb je hoofdstuk 1 gemist? Lees dat eerst zodat de renderingcontext nog vers is.
In dit hoofdstuk maken we een nieuwe Blazor-app, starten die lokaal en begrijpen wat de belangrijkste bestanden doen.
Stap 1: Project maken
In je terminal:
dotnet new blazor -o BlazorFromScratch
cd BlazorFromScratch
Dit maakt een .NET 9 Blazor Web App met de standaardstructuur.
Als je tooling vraagt om een interactiviteitsmodel, begin met Interactive Server. Dat is de makkelijkste modus om mee te starten.
Stap 2: Lokaal draaien
Start de app:
dotnet watch
Open daarna de URL uit de terminal (meestal https://localhost:5xxx). Je zou de standaardapp met Home, Counter en Weather moeten zien.
Als dit werkt, is je omgeving klaar.
Stap 3: Projectstructuur begrijpen
Dit zijn de eerste bestanden en mappen die je moet kennen:
Program.cs— registreert services en configureert de HTTP-pipeline.Components/App.razor— rootcomponent van de app.Components/Routes.razor— routering voor pagina’s.Components/Pages/— routeerbare pagina’s zoals Home en Counter.Components/Layout/— gedeelde layout (MainLayout.razor, navigatie).wwwroot/— statische assets (CSS, afbeeldingen, favicon).appsettings.json— configuratiewaarden.
Je hoeft nog niet alles te begrijpen. Voor nu is het genoeg te weten waar UI staat en waar startup gebeurt.
Stap 4: Je eerste wijziging
Open Components/Pages/Home.razor en vervang de inhoud door:
@page "/"
<PageTitle>Blazor vanaf nul</PageTitle>
<h1>Blazor vanaf nul</h1>
<p>Hoofdstuk 2 draait lokaal.</p>
Sla op en ververs de browser. Met dotnet watch wordt de app direct bijgewerkt.
Deze kleine wijziging bevestigt de volledige lus: bewerken -> bouwen -> renderen.
Stap 5: Lees Program.cs één keer
Je hoeft het niet uit je hoofd te leren, maar herken deze regels:
AddRazorComponents()zet Razor-componenten aan.AddInteractiveServerComponents()zet interactieve servercomponenten aan.MapRazorComponents<App>()koppelt de rootcomponent aan endpoints.
Deze regels laten zien hoe de app opstart en welke renderingmogelijkheden actief zijn.
Veelvoorkomende problemen
Als er iets faalt, is het meestal een van deze:
- Oude SDK: draai
dotnet --versionen controleer .NET 9. - HTTPS-certificaat: draai
dotnet dev-certs https --trust. - Poortconflict: stop oude
dotnet-processen en start opnieuw.
Volgende hoofdstuk
In hoofdstuk 3 duiken we dieper in componenten: parameters, compositie en herbruikbare UI-structuur.